Winst G. van Doorn cs. tegen De Limburger
Lekker drama om een erfenis
Maar was het wel waar?
Gelezen: Uitspraak Raad voor de Journalistiek
Op 26 februari 2009 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van R. Willems verschenen onder de kop “’Erfenis wordt groot drama’” met het chapeau “Vriendendienst – José Frijns zit in haar maag met inboedel vriend”. De intro van dit artikel luidt:
“In goed vertrouwen heeft José Frijns uit Valkenburg zich vorig jaar ontfermd over de inboedel van een overleden vriend. Het is één groot drama geworden.”
De publicatie gaat over de afwikkeling van een erfenis. Bij het artikel is een foto van een deel van de inboedel van de overledene geplaatst. In het artikel komen verder de volgende passages voor:
“De opbrengst van zijn huis, dat inmiddels is verkocht aan de buurman, moet op grond van het notarieel vastgelegde testament verdeeld onder vierendertig vrienden. Een van die vrienden is aangewezen als executeur-testamentair: hij is belast met de verdeling van dat geld. De meubels en de overige huisraad zijn dus voor Frijns. Het meeste is helemaal niks waard.”
en
“,,Ik had gehoopt dat ik nog een paar spullen zou kunnen verkopen”, zegt ze, ,, maar alle waardevolle dingen zijn al door andere ”˜vrienden’ weggehaald. Op een enkele antieke kast na is het allemaal niks waard.””
Uit het oordeel van de raad:
De publicatie over de verdeling van een erfenis – een delicaat onderwerp – is kennelijk slechts op één bron gebaseerd…De uitlatingen van Frijns zijn door verweerders niet op juistheid c.q. volledigheid geverifieerd, waardoor – mede gelet op de foto bij het artikel – een eenzijdig en onvolledig beeld van de gang van zaken is geschetst.
Daarbij worden klaagster c.s. gediskwalificeerd en heeft de berichtgeving voor klaagster een uitermate tendentieuze, negatieve lading gekregen, terwijl niet is gebleken dat daarvoor voldoende rechtvaardiging bestaat. Voorts hebben verweerders nagelaten wederhoor bij klaagster dan wel één van de andere ”˜vrienden/erfgenamen’ toe te passen…
Het aanbod van verweerders om een brief van de executeur aan Frijns te bewerken en te publiceren, kan naar het oordeel van de Raad niet als een deugdelijke rectificatie worden beschouwd en ontslaat de journalist niet van zijn verplichting de onjuistheden c.q. onvolledigheden eigener beweging recht te zetten.
Bij het rectificeren dient de journalist immers aan de lezer duidelijk te maken dat hij in de te rectificeren publicatie niet juist c.q. volledig heeft bericht. Ook dit onderdeel van de klacht slaagt daarom.”
De klacht is op beide punten gegrond verklaard.
Peter Olsthoorn | 28-06-09 12:00
*

To prove you're a person (not a spam script), type the security word shown in the picture. Click on the picture to hear an audio file of the word.
Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en niet aan derden verstrekt.
Omgangsvormen